Deze les raakt voor mij aan iets heel fundamenteels. Namelijk dat de wereld die ik ervaar voor een groot deel gekleurd wordt door mijn eigen denken, overtuigingen, angsten en verwachtingen. Dat klinkt misschien confronterend, maar tegelijkertijd zit daar ook iets enorm bevrijdends in verborgen.
Want als mijn ervaring van de wereld mede ontstaat vanuit mijn denken, dan betekent dit ook dat verandering mogelijk is.
De Cursus gaat in deze les zelfs nog een stap verder. Ze zegt eigenlijk dat de wereld zoals wij die ervaren geen objectieve werkelijkheid is, maar een projectie van de denkgeest. Dat is geen gemakkelijke gedachte. Zeker niet zolang we volledig geloven in alles wat we zien, voelen en meemaken. Toch herken ik ergens wel wat hiermee bedoeld wordt.
Wanneer ik bang ben, lijkt de wereld bedreigend.
Wanneer ik oordeel, zie ik overal tekortkomingen.
Wanneer ik verdrietig ben, lijkt alles zwaarder en grauwer.
En wanneer er innerlijke rust ontstaat, ziet dezelfde wereld er ineens heel anders uit.
De uiterlijke wereld verandert misschien niet direct, maar mijn ervaring ervan wel.
Voor mij gaat deze les daarom niet over het ontkennen van het leven of doen alsof pijn niet bestaat. Het gaat veel meer over het leren zien hoeveel betekenis wij zelf voortdurend toevoegen aan alles wat we meemaken. We kijken zelden puur. Vrijwel altijd kijken we door een filter van herinneringen, conditioneringen, overtuigingen en oude pijn.
Dat herken ik ook in mijn eigen proces van zelfonderzoek en meditatie. Hoe stiller de denkgeest soms wordt, hoe duidelijker zichtbaar wordt hoeveel verhalen ik zelf projecteer op situaties en mensen. Vaak zonder dat ik het doorheb.
De les nodigt uit om verantwoordelijkheid te nemen voor die projecties. Niet vanuit schuld, maar vanuit vrijheid.
Dat vind ik persoonlijk een belangrijk verschil.
Want zolang ik geloof dat mijn vrede afhankelijk is van omstandigheden, andere mensen of gebeurtenissen, blijf ik ergens gevangen. Dan heeft de buitenwereld macht over mijn innerlijke staat. Maar wanneer ik begin te zien dat mijn ervaring mede voortkomt uit mijn interpretaties, ontstaat er ruimte.
Ruimte om anders te kijken.
Ruimte om oude overtuigingen los te laten.
Ruimte om minder vanuit angst en meer vanuit aanwezigheid te leven.
Een zin die voor mij de kern raakt is:
“ Ideeën verlaten hun bron niet.”
Met andere woorden, wat ik in de wereld zie, zegt uiteindelijk iets over wat er in mijn eigen denkgeest leeft.
Dat vraagt eerlijkheid.
Maar ook mildheid.
Want we dragen allemaal conditioneringen mee. Oude verhalen. Angst. Bescherming. Identificaties met het ego. De les vraagt niet om jezelf daarvoor te veroordelen, maar om bereid te zijn daar doorheen te kijken.
Ook het idee “er is geen wereld” hoeft wat mij betreft niet letterlijk of filosofisch benaderd te worden. Voor mij verwijst het meer naar het inzicht dat de wereld die ik denk te zien niet de absolute waarheid is. Mijn waarneming is gekleurd. Mijn ego creëert voortdurend interpretaties en doet alsof die werkelijkheid zijn.
In veel non dualistische stromingen zie je iets vergelijkbaars terugkomen.
Binnen het boeddhisme wordt gesproken over leegte, het ontbreken van een op zichzelf bestaand afgescheiden zelf.
Binnen Advaita Vedanta wordt de wereld soms gezien als maya, een soort sluier of illusie die de onderliggende eenheid verhult.
En ook Eckhart Tolle wijst vaak naar de identificatie met denken als bron van lijden.
Voor mij wijzen deze stromingen uiteindelijk allemaal in dezelfde richting. Niet naar het ontkennen van het leven, maar naar het doorzien van de identificatie met de denkgeest.
Wat overblijft wanneer het denken even stilvalt, is vaak iets veel directers.
Aanwezigheid.
Ruimte.
Bewustzijn.
Zijn.
Deze les helpt mij herinneren dat echte bevrijding niet ontstaat door de wereld te controleren, maar door anders te leren kijken.
En misschien begint vrijheid precies daar.
Niet buiten onszelf.
Maar in het loslaten van alles wat wij op de wereld hebben geprojecteerd.
Jacco
Reactie plaatsen
Reacties